Eigenschappen muur

Ligging

De wijnmuur is gelegen op de Wijngaardberg te Wezemaal en loopt over een groot deel van de wijngaardberg. De wijngaardberg is een beschermd cultuurhistorisch landschap sinds 1977.

DCIM100MEDIADJI_0778.JPG

Stapelmuur

Stapelmuur in Diestiaanse ijzerzandsteen. Een bouwwerk van los op elkaar geplaatste ijzerzandstenen, zonder enig bindmiddel.

Grootte

De wijnmuur is nu nog zichtbaar over een lengte van 1546m. De muur is constant 1,7m breed en heeft een wisselende hoogte, met een maximum van 1,7m.

Beschermd erfgoed

De wijnmuur is beschermd Vlaams onroerend erfgoed sinds 1995.

Chronologisch

1815-2021

Volledige verslag

1825 - Bouw van de wijnmuur

De stenen van de wijnmuur waren los op mekaar geplaatst zonder bindmiddelen. Er werd bijgevolg ook geen zand gebruikt. Bij de constructie van de verticale wanden werden grotere stenen gebruikt. Geen enkele steen werd eerder bewerkt. Door de onregelmatige vorm en de breekbaarheid van de gebruikte stenen - Diestiaanse ijzerzandsteen - kon er geen stabiele constructie gemaakt worden. Een geschrift uit 1825 vermeldde reeds herstellingskosten aan delen van de toen al deels ingestorte wijnmuur. Uit voornoemd schrift kon ook opgemaakt worden, dat in 1825 de wijnmuur nog niet zijn maximale omvang bereikt had. Er werd nog aan verder gebouwd.

1863 - Grootte

De wijnmuur is een stapelmuur in Diestiaanse ijzerzandsteen, een uniek bouwwerk. De muur is nog zichtbaar over een lengte van 1546m, waarvan 500m niet meer herkenbaar is. Er is weinig geschreven over de lengte van de wijnmuur op het ogenblik dat deze zijn maximale lengte had. Een notitie uit 1863 gaf aan dat de wijnmuur een lengte had van een half uur wandelen. In dezelfde notitie staat ook dat de muur 1m breed was. De muur is in werkelijkheid 1,7m breed, wat te zien aan de restanten.

In de dorpsschool van Wezemaal, werd rond 1900 onderwezen dat de wijnmuur tussen de 2 en 3 km lang was. De muur heeft zijn westelijk gelegen beginpunt op het terrein 199Y  en eindigt oostelijk op het terrein 199G3. De afstand tussen beide voornoemde percelen is de eerder beschreven 1546m. Enkel in oostelijke richting bestaat de mogelijkheid dat de muur daar nog kort (maximaal 200m) verder liep. Dit zijn onbewezen verklaringen van plaatselijke fruittelers. De 1546m lengte is gefundeerd.

De wijnmuur was plaatselijk maximaal 1,7m hoog. Over het ganse traject van de wijnmuur waren niet altijd evenveel stenen voorradig, zodat niet overal de hoogte van 1,7m zal gehaald zijn. Op de plaats van restauratie, werd vanaf de ontginningen tot perzikenteelt in de jaren 1950 langs de zuidkant er op toegezien dat er geen stenen afgevoerd werden. Daardoor kon de zuidflank over een lengte van 120m in zijn oorspronkelijke toestand worden gerestaureerd. Een maximale hoogte van 1,7m is logisch, omdat een volwassen persoon zonder hulpmiddelen, slechts kan stapelen tot ongeveer 1,7m hoogte. Het is zeer onwaarschijnlijk dat een ladder of trapje werd gebruikt bij de bouw van de muur. De stenen werden niet bewerkt vóór het stapelen. Er werden ook geen werktuigen, zoals hamers en beitels gebruikt.

De muur heeft een constante breedte van 1,7m. Deze breedte geeft een zekere stabiliteit, maar is anderzijds toch enorm. Er werd hier misschien gewerkt met een oude maat, alhoewel er weinig gerelateerde maten te vinden zijn. Enige vergelijking is te vinden bij de Romeinse voet. Onder Germaanse invloed werd door de Romeinse generaal Drusus (onder keizer Augustus), de pasus drusianus (5 voet) gehanteerd als lengtemaat, die enigszins overeenkomt met de 1,7m. Een link hier, met de Romeinse maat is onwaarschijnlijk. Waarschijnlijker en eenvoudiger is; een vergelijking maken met een vakkundig gestapelde houtstapel. Houtstapels worden veelal spontaan, met een breedte van 1,6 à 1,7m opgebouwd. Toch is de 1,7m breedte van de wijnmuur merkwaardig. Zeker gezien de 1ste stadsomwalling rond Leuven uit de 13de eeuw ook 1,7m breed was. Restanten van deze 1,7m brede stadsomwalling zijn nog waar te nemen in het handbooghof te Leuven.

 

1944 - Verval

Het ontmantelen van de wijnmuur dateert al van vóór 1945. In een brief van 7 april 1942 van “Fédération Touristique de la province de Brabant, Vieille Halle 12 Bruxelles"  aan de “Commission royale de monuments et des sites", wordt letterlijk gewaarschuwd: “la population n’a aucun respect pour ce monument”. In de brief staat verder, dat iedereen zich met stenen van de wijnmuur bedient volgens hun noden. Een reactie op voornoemde waarschuwing van de commission royale is te lezen in een brief van 11 juli 1943, van het commissariaat generaal voor ‘s lands wederopbouw, waarin letterlijk het volgende werd geschreven: "Het gebrek aan bindmiddel is natuurlijk de eerste oorzaak, dat een groot deel van de lengte van de wijnmuur, gedeeltelijk is ingestort, zoodat de steenen langs de voet van den muur verspreid liggen. Spelende kinderen kunnen daar wel toe bijgedragen hebben. Maar doorgaans is zulks het gevolg van storm en regen. Van het stelen der materialen door de dorpelingen, waarvan de brief van de fédération touristique du Brabant gewaagt, kan zeker geen spraak zijn, ten minste niet in het stuk dat ik gezien heb. De steenen hebben geen waarde als bouwstof  en het vervoer naar de bewoonde streek is totaal uitgesloten. Nieuwe baksteen aan de hoogsten prijs zal zeker te Wezemaal goedkoper komen, dan de schelpen van de wijnmuur."

Nog 50 jaar werd de muur verder vernield , tot de restanten ervan in 1995 als Vlaams onroerend erfgoed erkend werden.

1946 - Wijngaardterassen

De zogenaamde wijngaard terrassen op de Wijngaardberg, gelegen op de aaneengesloten gronden met kadastrale gegevens ; 199Z2, 199P4, 199E8, 199M7 en 199V2, leverden bij hun opbouw geen stenen voor de bouw of herstelling van de wijnmuur. In 1946 werden op voornoemde terreinen, in opdracht van Joannes Julius Cumps -rijkstuinbouwconsulent uit Sint Andries Brugge- , 10 terrassen aangelegd op de steilste helling en 8 op de minder steile stukken. De minder steile stukken zijn gelegen langs de oost kant. Alle vrij gekomen ijzerzandstenen, nog aanwezige wortels en struiken werden gebruikt ter versteviging van de terraswanden.

J.J. Cumps kocht het merendeel van voornoemde gronden aan in 1944 en een laatste aansluitend terrein in 1945. In 1946 liet J.J. Cumps op zijn in 1944 en 1945 verworven gronden, terrassen bouwen met het oog op de aanleg van een perziken- en pruimenboomgaard.

De terrassen werden manueel aangelegd door seizoensarbeiders. De meeste van deze seizoenssarbeiders waren afkomstig uit Rillaar. Ook personen uit Vlasselaar (Wezemaal) hielpen mee aan de bouw van de terrassen. Eerder in 1945, was  het ganse hier besproken terrein van dhr. Cumps machinaal ontgonnen.

Een anekdote: De toenmalige smid uit de Molenstraat in Wezemaal had van 1945 tot 1955 zijn handen vol met het herstellen van materialen, kapot getrokken bij de grote ontginning van de Wijngaardberg tot fruitteelt in die jaren.

De terrassen zijn nu nog gedeeltelijk zichtbaar. Elk over een lengte van ongeveer 500m en zijn 3m breed. Het hoogst gelegen terras werd 50m ten zuiden van de wijnmuur aangelegd en had een verticale noord wand van 30cm. De volgende terrassen in zuidelijke richting hadden oplopende wanden, tot het zuidelijkste, met een noord wand van 1,5m. Onderaan de terrassen loopt een bospad, toen eigendom van J.J. Cumps. Dit bospad gaf toegang tot de terreinen 199B3 199M4 en 199A3. Op het terrein 199B3 is het deel wijnmuur gelegen, waarvan hier de restauratie besproken wordt.

Er bestaat een litho gemaakt 1830 of misschien een paar jaar eerder met onderschrift: vignoble de Wesemael près de Louvain. Op deze litho werd de wijngaard op de Wijngaardberg over zijn ganse lengte afgebeeld, gedetailleerd met zicht op de oude molen en de wijngaarden gericht van zuid naar noord, zonder enig spoor van terrassen .

Dhr Cumps liet ook de woning bouwen, onderaan zijn gronden, gelegen; Weg Beneden De Wijngaard nr 1  3111 Wezemaal. Dhr Cumps was 10 jaar perzikenteler op zijn terrassen. Hij heeft nooit gewoond op het hiervoor genoemd adres. De verzorging en de oogst van zijn perzikenboomgaard werden voornamelijk gedaan door seizoensarbeiders. Onder die seizoensarbeiders was, Albert Nijs. Albert Nijs was ook zowat de ploegbaas bij de aanleg van de wijngaardterrassen. Deze A. Nijs was in 1947 de eerste bewoner van de woning ; Weg Beneden de Wijngaard nr 1 Wezemaal van J.J. Cumps. In de loop van de jaren 50, werd bedoelde woning nog door 3 andere seizoensarbeiders bewoond. Het was pas in de jaren 60, dat de volgende eigenaar van de gronden met hun terrassen en de onderliggende woning, zich liet domiciliëren op het adres Weg Beneden de Wijngaard nr 1 Wezemaal. Het was ook deze eigenaar, dhr. Paul Baert die een electriciteitsleiding liet aanleggen vanaf de Beninksstraat. Tijdens de "periode Cumps" was de besproken woning niet aangesloten op het electriciteitsnet. 

P. Baert was hoofdzakelijk perzikenteler op de besproken terreinen. Hij kweekte er ook kippen en snijbloemen. De grondvesten van de kippenstal zijn nu nog waar te nemen op zowat 100m achter de woning hier besproken. Eind jaren 60 kwamen de gronden met de terrassen in handen van de plaatselijke firma Java.

Nadien kwamen de gronden met de terrassen in handen van de firma Geens uit Aarschot, die zoals firma Java ,plannen had met verkaveling, maar ook met de aanleg van wijngaarden. Geen van de plannen ging door. Uiteindelijk werd het Agentschap voor Natuur en Bos eigenaar van de gronden, met uitsluiting van de woning, daar gebouwd door J.J. Cumps.

1946-1955 - Versterkt verval van de wijnmuur

De verticale wanden van de wijnmuur zijn mettertijd en door weersomstandigheden in mekaar gezakt , naar buiten gekanteld en ingestort. Nog later werden voornamelijk de dikkere stenen van de wijnmuur, dan al grotendeels ingestort, door omwonenden weggehaald. De wijnmuur werd ook met opzet vernield onder meer om doorgangen te maken. Veel schade en ontmanteling van de wijnmuur gebeurde bij de ontginningen tot perzikenteelt op de Wijngaardberg vanaf 1945 . Dit laatste kon opgemaakt worden uit kapotte kettingen van machines die gebruikt werden bij de ontginningen vanaf 1945, gevonden tijdens de restauratie onderaan de muur.

1974 - Verdwijnen van stenen

Bij de ontginningen tot perzikenteelt vanaf 1945, zijn veel stenen van de wijnmuur weggehaald. Zo is 600m wijnmuur (meest oostelijk gelegen) volledig verdwenen. In 1974 werd 80m wijnmuur verkocht aan een particulier uit Nieuwrode voor 1000,- bfr.  per lopende meter. Het “aangekochte” deel muur werd met groot materieel op één dag afgegraven en weggevoerd. Deze werken werden uitgevoerd door grondwerken S. . Veelal echter, werd de wijnmuur beetje bij beetje ontmanteld, om als grondstof te dienen voor funderingen van gebouwen, tuinpaadjes, en dergelijke.

1995 - Bescherming

Op 2 augustus 1944 richtte de toenmalige burgemeester van Wezemaal -dhr. Joannes Baptiste Louis- een schrijven aan de koninklijke commissie van monumenten en landschappen te Brussel, met een vraag tot rangschikking van de wijnmuur. Burgemeester J.B. Louis schreef toen letterlijk het volgende: "naar alle waarschijnlijkheid komen de steenen van de wijnmuur voort uit percelen gelegen langs de zuider helling, waar vroeger jaren wijngaarden aangelegd waren. Bij de ontginning, denkt men dat de steenen verzameld werden en bijeengebracht in de vorm van een muur naar Italiaansch gebruik."

51 jaar later, werd de wijnmuur uiteindelijk geklasseerd als Vlaams onroerend erfgoed.    

2016-2021 - Restauratie

Het meest oostelijk gelegen deel van de nog zichtbaar aanwezige wijnmuur werd van 2016 tot 2021 over een lengte van 120m gerestaureerd (Ligging : perceel met kadastrale gegevens 199B3). De restauratie werd uitgevoerd door één persoon; een rechtstreekse afstammeling (6 de generatie langs moeders kant) van Jean Théodore Wéry -wijngaardier uit Hoei-, die vanaf 1817 aan de basis lag van de bouw van de wijnmuur en verantwoordelijk was voor het onderhoud van de 32 ha wijngaarden langs de wijnmuur. J. T. Wéry vestigde zich te Wezemaal rond 1817-1818 op het toenmalige adres : Vlasselaar nr 1 te Wezemaal.

Verdere uitleg restauratie
 

Zuidflank

De verticale zuidflank van de wijnmuur werd met de originele stenen tot zijn oorspronkelijke hoogte van 1,7 m heropgebouwd. Er is een restauratie naar de oorspronkelijke toestand met de originele materialen gerealiseerd. De hoogte van 1,7 m is, in tegenstelling tot de vaste breedte van 1,7 m, niet constant over het ganse traject van de wijnmuur.  De meer westelijk gelegen delen van de wijnmuur zijn nooit hoger geweest dan 1,5 m. Vorig gegeven bevestigt de huidige eigenaar van dat deel van de muur en de omliggende gronden.  De bedoelde eigenaar had deze informatie van zijn grootvader  Victor Verlinden, actief als perzikenteler langs de wijnmuur vanaf 1923. Dat het westelijk gedeelte van de wijnmuur niet een oorspronkelijke hoogte van 1,7m gehaald heeft had zijn oorzaak in de hoeveelheid stenen die het onderhoud van de bewuste wijngaarden bemoeilijkten.

6

gerestaureerde muur langs zuid flank

Van de zuidelijke flank was over  het ganse gerestaureerde deel een maximale hoogte van 30cm authentiek bewaard. Ook die 20 à 30 cm waren niet meer stabiel en werden op de exacte plaats terug gestabiliseerd. De binnenzijde van de wijnmuur werd volledig weggehaald, van grond en ingroeiende bomen gekuist, en nadien terug geplaatst. Per lopende meter werd gemiddeld 1 ton zand en gewassen verwijderd. Bij de restauratie van de noordflank kon over de lengte van 120m slechts een hoogte van  1,2m  à 1,5m bereikt worden. Ook  bij de verticale noordflank was van de originele opbouw nog slechts een hoogte van 0 tot 30 cm bewaard. De noordflank werd deels met originele stenen heropgebouwd. In het verleden waren veel stenen van de noordflank verdwenen (75 tot 90%). Hierdoor werden eind 2019 bijkomende Diestiaanse ijzerzandstenen aangekocht bij de wegenwerken aan de Langenberg te Diest. Er kon 150 ton stenen en puin geleverd worden door wegenbouw Besix.

Op plaatsen waar de wijnmuur nog zichtbaar is heeft hij in zijn middelpunt een maximaal bewaarde hoogte van 80 cm.

9

detail van de muur langs de zuid flank

De -bewonderingswaardige- wijze van stapelen van de stenen van de wijnmuur, vanaf zijn bouw in 1815, waren niet voldoende om langdurige stabiliteit van de muur te garanderen. Enige vorm van grondvesten waren niet aanwezig. De stenen werden zonder enige bewerking op elkaar gelegd. Het verschil tussen de onbewerkte steen (zoals voor de muur gebruikt) en een afkapsteen uit een steengroeve is zichtbaar op onderstaande foto's.

Ijzerzandstenen zijn ook breekbaar. Bij de restauratie werden de stenen waarmee de flanken opgetrokken werden afgevlakt om meer stabiliteit te bekomen. Er werd geen fundering gemaakt bij de restauratie.

De verticale wand van de gerestaureerde zuidflank bestaat gemiddeld uit 40 op elkaar geplaatste stenen. Deze stenen hebben een dikte van 4 à 5 cm. Iedere steen, geplaatst in de verticale wand bij de restauratie, werd langs boven- en onderzijde met een beitel effen gekapt. De stenen -schollen genoemd- hebben allen de eigenschap centraal dikker te zijn en zeer oneffen te zijn, hetgeen stapelen zeer bemoeilijkt.

 

Noordflank

De noordflank werd met de aangevoerde stenen gereconstrueerd met dikkere blokken tot een hoogte van 1,2m tot 1,5m. Wat authentiek restte van de noordflank bleek op een andere wijze gestapeld als de stenen van de zuidflank. De voornoemde stenen van de noordflank waren niet ingewerkt met de binnenzijde van de muur maar er tegenaan geplaatst. Het leek erop dat de noordflank al eens summier gerestaureerd werd.

Eén lopende meter wijnmuur, bevat ongeveer 3m³ ijzerzandstenen met een totaal gewicht van rond de 5,5 ton. Het volume van de wijnmuur wordt voor ongeveer 75%  bepaald door ijzerzandstenen, die rond de 0,4 kg wegen, met een gemiddelde oppervlakte van 15 op 10 cm. De ijzerzandstenen, gebruikt voor de restauratie van de zuidflank, zijn groter en wegen gemiddeld 1,5 kg. De noordflank werd hersteld met stenen van gemiddeld 3 kg. Als de stenen -van rond de 0,4 kg en de zwaardere stenen- waarmee de verticale wanden opgebouwd werden opgeteld worden, dan werden per lopende meter wijnmuur ongeveer 12.000 stenen gebruikt.

11

Diestiaanse ijzerzandsteen (schol genoemd) boven ; onbewerkte steen waarmee de muur opgebouwd werd . Onderaan ; afkapsteen vanuit steen groeve

12

Boven; afkapsteen uit steen groeve en onderaan - de onbewerkte steen waarmee de muur opgebouwd werd

De zogenoemde afkapstenen zijn nergens op de Wijngaardberg terug te vinden. Bijgevolg ook niet gebruikt bij de bouw van de wijnmuur. De ontgonnen steenblokken uit de 3 gekende ijzerzandsteen groeves op de Wijngaardberg werden blijkbaar niet ter plaatse bewerkt, maar op een andere locatie, bij de steenkappers of op de bouwwerf zelf. De afkapstenen op de foto's zijn gevonden op de noordelijker gelegen "Middelberg" (grondgebied Rotselaar). Hieruit wordt afgeleid dat de ontgonnen steenblokken uit steengroeves op de Middelberg, deel of volledig ter plaatse bewerkt werden. De ijzerzandstenen van de Middelberg te Rotselaar stonden tijdens de middeleeuwen , bekend als kwalitatief de beste Diestiaanse ijzerzandsteen.

8

vergezicht naar het zuiden toe

herstelde muur langs noord flank

herstelde muur langs noord flank

Nut van de wijnmuur

Het volume van de wijnmuur bevat ook veel kleinere stenen van enkele 10-tallen gram per steentje. Het feit dat de wijnmuur ook opgebouwd werd met grote hoeveelheden van die kleine steentjes, heeft geen invloed op de stevigheid van de wijnmuur. Het gebruik van die kleine steentjes, zowat 20 kg per lopende meter wijnmuur had een minimaal nut om tot de proportie van de muur te komen. Voorgaande feiten bevestigen dat de aanleiding om de wijnmuur aan te leggen, in eerste instantie, het opruimen van de vele stenen uit de op dat ogenblik pas aangelegde wijngaarden was. Ook nadien, bij het onderhoud van de wijngaarden, kwamen telkens weer nieuwe ijzerzandstenen aan de oppervlakte. Zo is de bouw van de wijnmuur een proces geweest van jaren.

Waarom de stenen niet zomaar op een hoop gelegd werden, maar met moeilijke verticale wanden geconstrueerd werd heeft een bedoeling gehad. Er werd zeker gedacht, een nut te halen aan de wijze waarop de wijnmuur opgebouwd werd. Een nut dat waarschijnlijk in praktijk nadien niet gehaald werd. Tot op heden wordt er over het nut van de wijnmuur geschreven en gesproken om noordenwind tegen te houden. Noorderwind tegenhouden kan niet de bedoeling geweest zijn.  Een ruimere bedoeling was; bescherming van de wijngaarden. De muur zou schadelijke dieren kunnen tegen houden, maar zou ook zonnewarmte opslagen. Een erosiewal? Tegenhouden van water? Deze laatste stelling is belangrijk, gezien de wijnmuur grotendeels niet op de top van de Wijngaardberg gebouwd werd, maar enigszins op de flank. Zoals eerder gezegd: vooropgesteld nut uit de wijnmuur halen zal niet echt gelukt zijn.

Het is een menselijke reflex,  als er veel stenen voorhanden zijn, men er muurtjes mee bouwt als afbakening, of om ruimte te winnen.  Bij de wijnmuur is de esthetische waarde groot. Een belangrijk gegeven. Het is een machtig bouwwerk geworden van ongeveer 8000 ton, 5000m³ en 18 miljoen stenen.

wijnmuur gerestaureerd , frontaal , 1,7m breed

wijnmuur gerestaureerd , frontaal , 1,7m breed

Drone video Wijnmuur

EERDERE GESCHREVEN VERONDERSTELLINGEN

De perceelgrens situeert zich grotendeels niet op de hoogste punten van de Wijngaardberg. De wijnmuur werd dan ook eerder op de zuidflank opgetrokken. De meest vernoemde veronderstelling, dat de wijnmuur koude noordenwind moest tegenhouden, kan hiermee verlaten worden. Trouwens ter hoogte van de oude steengroeve, zowat in de lengte helft van de wijnmuur, maakt de muur een bocht van 90° naar het noorden toe en zou de muur vanaf dat punt, oostenwind tegenhouden.

De wijnmuur is ook niet gebouwd met stenen uit de naburige steengroeve. Puin dat overbleef na het bewerken van ijzerzandsteenrotsen tot rechte blokken bruikbaar bij de bouw weleer, zou wel een stevige grondstof geweest zijn bij de bouw van de muur. Maar nergens op de Wijngaardberg is enig spoor terug te vinden van die afkap tot rechte blokken, gebruikt in o.a. kerken en grote bouwwerken.

Dat de wijnmuur ook niet gebouwd werd met stenen afkomstig uit de “wijngaardterrassen” is al duidelijk gemaakt. Een herstelling van de wijnmuur met voornoemde stenen is ook uitgesloten. De periode vanaf 1946 was er een van versterking van het verval van de wijnmuur.

Een gepubliceerd idee dat de wijnmuur gebouwd werd met behulp van een soort bekisting, waarin de stenen gegooid werden en wanneer de bekisting weggenomen werd zou de wijnmuur ontstaan zijn.
Deze hypothese is niet realistisch. De wijnmuur is een kunstwerk. Een bekisting aanhalen is een miskenning van dit kunstwerk.

ONTSTAAN VAN DE WIJNGAARDBERG

10 à 12 miljoen jaar geleden
Een breuk in de aardkorst, NO Limburg, Nederland en aangrenzend gebied Duitsland. Daardoor ontstond de Rijn. Gevolg : grote rivier vloeit door Brabant naar NO en schuurt vallei uit van 100 m diep.

10 miljoen jaar geleden
Door zeespiegelstijgingen vormt zich in de uitgeschuurde vallei, een golf van Kortenberg tot Beringen. De huidige Wijngaardberg lag in die golf.

8 miljoen jaar geleden
De golf wordt volledig opgevuld met glauconiethoudend zeezand.

700.000 jaar geleden
Tijdens de ijstijden en voornamelijk bij de tussenperiode van een overgang naar een nieuwe ijstijd werden de zachtere gronden weggespoeld. De Wijngaardberg met zijn harde ondergrond met Diestiaanse ijzerzandsteen weerstond de erosie. Nu vormt de Wijngaardberg het vroegere plateau. De Wijngaardberg is wel een getuigenheuvel, maar geen vroegere zandbank. Deze conclusie kwam er in 2014 na isotopenonderzoek van Prof. Noël Vandenberghe (U Leuven) en Prof. Michiel Dusar (U Hasselt).

DIESTIAANSE IJZERZANDSTEEN , DE BOUWSTEEN VAN DE WIJNMUUR

Het versteningsproces tot Diestiaanse ijzerzandsteen is complex. Dit is is langzaam gegaan, met in het begin liesegangringen, de roestkleurige banden, die zich in het losse zand vormden, waar het ijzerrijke grondwater stagneerde tijdens de sezoenschommelingen waarmee een uitdrogingsproces gepaard ging. De roestbanden vormden nadien de nucleus waarin het limoniet als een cement de korrels verklitten tot vorming van ijzerzandsteen. De ringen en banden zijn zo de getuigenis van opeenvolgende uitdrogings (of oxidatie) fronten. De donkere banden van enkele mm breed (doffe metaalglans zijn zuivere goethiet). De gele banden bevatten vermoedelijk wat meer klei, wat het versteningsproces vertraagde of stopte.
Processen die zich afspelen op de interactie tussen litho-, hydro- en biosfeer zijn niet op wetmatige wijze te verklaren, laat staan te modelleren.

De afgebeelde stenen werden, november 2020 , onderzocht door Prof. Michiel Dusar, die ook de hiervoor gedane uitleg formuleerde.

13

Diestiaanse ijzerzandsteen

Detailfoto Destiaanse ijzerzandsteen:

14

JEAN THEODORE WERY

Wijngaardier uit Hoei, die de wijngaarden op de Wijngaardberg vanaf 1817 leerde onderhouden en aan de basis lag van de bouw van de wijnmuur.

Dramatische levensloop

  • 1819, twee jaar na hun aankomst in Wezemaal overleed zijn echtgenote Marie Jeanne (25j).
  • In 1820 overleed zoon Ferdinand (6) nog in Hoei geboren
  • Eén dag later in 1820 overleed dochter Caroline
  • Tweede huwelijk met Lucia Van Roy , die J.T. Wéry nog verscheidene kinderen schonk, waarvan er 4 overleden vóór J.T. Wéry in 1865 zelf overleed.

Opgemaakt te Wezemaal op 1.3.2021 door Marc Elsen
expertise : afstammeling (langs moeders kant) van Jean Théodore Wéry
vader ; 40 jaar perzikenteler langs de wijnmuur vanaf 1955

Wijnmuur Wezemaal

Wijngaardberg
3111 Rotselaar
info@wijnmuurwezemaal.be

De stenen muur - beschermd Vlaams onroerend erfgoed sinds 1995.

Copyright 2021 © All Rights Reserved